Geschiedenis
van Onze-Lieve-Vrouw Sint-Pieterskerk te
Rond
630 kwam Sint-Amandus naar Gent en stichtte er twee abdijen:
St.-Bavo-abdij (aan de
samenvloeiing van Leie en Schelde) en de
St.-Pietersabdij op de
Blandijnberg (in monte Blandinio), het hoogste punt van Gent met een ruim
panorama over de Scheldevallei.
Wellicht is het, Florbertus, één van zijn leerlingen, die de
eerste abt werd.
Pas in 811 laat Karel de
Grote de Sint-Pietersabdij heroprichten en schonk haar eigendommen en macht.
Na de invallen van de Noormannen is het Arnulf de Grote,
graaf van Vlaanderen, die de nieuw gebouwde kerk (941) laat inwijden (in
975).
In de 10e tot de 12e eeuw
kreeg de abdij macht, aanzien en invloed. De Romaanse Sint-Pieterskerk
wordt in de 12e A 13e eeuw gebouwd, maar door economische en religieuze crisis
in de 13e eeuw stond de abdij er slecht voor.
De 14e en 15e eeuw brachten
weer voorspoedige tijden dank zij het immense grondbezit. De 16e eeuw is gekenmerkt door godsdienstige
beroerten en in 1566 wordt de kerk en de abdij zwaar verwoest en geplunderd
door de beeldenstormers.
Pas in 1629 onder het bestuur
van abt Schayck, legde Mgr. Triest de eerste steen van de Barokke
kerk, waarvoor beroep werd gedaan op de Jezuitenbroeder en architect Pieter
Huyssens (1577-1637). Deze heeft zich geïnspireerd door de ontwerpen van de
Gesu en de St.-Pieters te Rome en werd beschermd en gesteund door de
aartshertogen Albrecht en lsabella.
Einde van de 18e eeuw kwam echter de Franse revolutie:
meteen het einde van een eeuwenlang bestaan van de abdij. Op 1 november 1796 werden de laatste
monniken uit de abdij gezet en de goederen verbeurd verklaard. De abdijgebouwen zouden nu soldaten
herbergen, de kerk zou een museum worden.
De O.-L.-Vrouwkerk
(die als parochiekerk fungeerde) werd in 1799 volledig gesloopt. De
St.-Pieters(abdij)kerk werd gespaard dankzij de moedige tussenkomsten van de
Gentenaar Karel Van Hulthem en werd museum voor schilderkunst.
Toen op 13 januari 1810 bij
decreet, de eredienst werd hersteld, kon de St.-Pieterskerk terug functioneren
onder de dubbele naam van Onze-Lieve-Vrouw Sint-Pieters, voor de
Sint-Pietersparochie.
Grote restauraties hebben
plaatsgehad van 1860 tot 1894. In de benedenkerk werd in 1920 een nieuwe
marmeren vloer gelegd. Recente restauraties zijn gebeurd aan de buitenkoepel
(1969-1972), de toren, daken en gevels (1975) en het dossier is terug geopend
(1994) voor werken aan de binnenkoepel.
Ook moeten er nog werken
uitgevoerd worden aan de westgevel (voorkant) en zuidgevel (abdijkant) en het
heropfrissen van het gehele interieur (dossier ingediend in 1995).
Enkele schilderijen achteraan
zijn door herstellingswerken en water insijpeling dringend aan herstelling toe:
ook daarvoor zijn de dossiers ingediend en is de restauratie voorzien ?
Het monumentaal Van
Peteghemorgel is gebouwd in 1847 - 1848 door Pierre Van Peteghem, telg uit
het beroemde orgelmakersgeslacht.